Radson vloerverwarming : comfortabel wonen

Specialist in vloerverwarming en radiatoren. Een combinatie die zelden voorkomt. Vloerverwarming heeft een aantal voordelen zoals comfort, energievriendelijk, plaatsbesparend. Daarnaast hebben radiatoren het voordeel dat ze snel opwarmen. Zo kan bijvoorbeeld de ruimte snel even opgewarmd worden na ventileren. Een combinatie van beide systemen zal wellicht bij de meesten absolute voldoening schenken. In dat geval spreken we van een comfortverwarming. Dit systeem geeft een warmte aan het vloeroppervlak welke een comfortabel gevoel geeft. Het overige wordt aangevuld met radiatoren.

In tegenstelling tot andere verwarmingssystemen wordt bij vloerverwarming de oppervlaktetemperatuur van de vloer verhoogd. Hierdoor ontstaat een behaaglijke stralingswarmte. Dat verhoogt het comfort. Daarenboven verwarmt u uitsluitend waar u dat wil. Geen plafondopwarming dus. Hierdoor kan de luchttemperatuur van de kamer tot 2 graden verminderd worden. De vraag naar meer comfort zal ook in de toekomst een belangrijke rol blijven spelen in de ontwikkeling van vloerverwarming.

Radson vloerverwarming : geen onnodig warmteverlies

Aangezien het vloerverwarmingssysteem onzichtbaar is, dient men bij de indeling geen rekening te houden met zichtbare leidingen of hinderlijke toestellen. Vloerverwarming kan bovendien perfect gecombineerd worden met radiatoren. Soms is een dergelijke combinatie zelfs aanbevolen.

In de particuliere woningbouw worden deze voordelen zeer geapprecieerd. Ook in vele andere gebouwen heeft vloerverwarming haar intrede gedaan. In kerken, sport- en bedrijfshallen zorgen deze systemen voor een aangename warmte. In gebouwen met hoge ruimtes stijgt de verwarmde lucht bij traditionele systemen naar boven en zorgt daar voor onnodige warmteverliezen. Met vloerverwarming krijgt u de warmte precies daar waar ze nodig is. Ook open ruimtes, zoals erven, hellingen, opritten en sportstadions worden in de winter met vloerverwarming ijsvrij gehouden.

Voor vloerverwarming in woningen en kantoorgebouwen geldt de norm EN 1264. In die norm zijn de procedures en de voorwaarden vastgelegd om overtemperaturen van vloerverwarming te vermijden. Zo wordt gegarandeerd dat de evaluatie en berekening van de warmtevermogens conform de norm gebeuren. De warmtevermogens voor de RADSON systemen worden door de Duitse Keurdienst voor Warmtetechniek berekend.

Belangrijke tips voor vloerverwarming

Druktest

Voordat de cementdekvloer (chape) wordt aangebracht moeten de verwarmingskringen op lekkages worden getest. Voor deze test wordt de installatie via de vulkraan op de verdeler gevuld. Voor installaties met meerdere kringen gebeurt het vullen kring per kring, met behulp van de vulkranen en de respectievelijke kringafsluiters. De installatie wordt getest gedurende 24 uur onder een druk van 10 bar. Tijdens deze periode mag het drukverlies de 2 à 3 bar niet overschrijden.

Tijdens deze druktest wordt de installatie losgekoppeld van het waterleidingsnetwerk, zodat bij lekkage de installatie geen 24 uur lang kan blijven lekken en eventuele waterschade beperkt blijft. Bij vorstgevaar dienen de nodige voorzorgsmaatregelen genomen te worden om bevriezing van het water in de buizen te voorkomen, hetzij door toevoeging van een speciaal product hetzij door het vorstvrij houden van het gebouw.

Plaatsen van cementdekvloer (chape)

Bekistingen voor kokers, verticale doorgangen, leidingen, lucht- en rookkanalen moeten, samen met de nodige randisolatie, gemonteerd worden voor het aanbrengen van de cementdekvloer (chape). Indien gebruik gemaakt wordt van isolatie is het wapenen van de cementdekvloer (chape) meestal niet nodig, omdat de wapening eventuele barsten in de cementdekvloer (chape) toch niet kan verhinderen.

Vloerverwarming : na de installatie volgt steeds een druktest

Bij cementdekvloer (chape) en harde bevloering kan de toepassing van een wapeningsnet wel bijdragen tot een betere verdeling van de spanningen en tot het voorkomen van verticale verschuivingen van de vloer in geval van barsten. In anhydrietcementdekvloer (anhydrietchape) is het wenselijk eventuele wapeningsnetten vooraf te beschermen tegen corrosie. Indien voor anhydrietcementdekvloer (anhydrietchape) geopteerd wordt, neem dan vooraf contact op met de technische dienst van Radson, die u een aangepast toevoegmiddel voor de cementdekvloer (chape) zal aanbevelen.

Tijdens het plaatsen van de cementdekvloer (chape) dient de vloerverwarmingsinstallatie onder druk te blijven. De druk moet dan gelijk zijn aan twee maal de normale werkdruk, met een minimum van 6 bar. Aan het cementdekvloermengsel (chapemengsel) wordt de plastificeerder Estrolith-H, volgens DIN 18560, toegevoegd om de mechanische weerstand en de vloeibaarheid van de cementdekvloer (chape) te verbeteren en een optimaal contact tussen buis en cementdekvloer (chape) te waarborgen. Om na 28 dagen de voorgeschreven drukweerstand van 20 Mpa te bekomen, moeten de gewichtsverhoudingen die op de verpakking vermeld staan zorgvuldig gerespecteerd worden.

Boven de buizen dient de cementdekvloer (chape) een minimum dikte van 5 cm te hebben. Tijdens het aanbrengen van de cementdekvloer (chape) dient de aannemer de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen om het risico op overbelasting van de isolatie te voorkomen en op die manier een vermindering van de thermische weerstand te vermijden.

Tijdens het aanbrengen van de cementdekvloer (chape) en gedurende een periode van drie dagen na het aanbrengen mag de ruimtetemperatuur niet lager zijn dan 5 graden celcius. Nadien moet de cementdekvloer (chape) gedurende nogmaals drie dagen beschermd worden tegen uitdroging, om het risico op krimp zoveel mogelijk te beperken. Deze voorwaarden worden in kleinere gebouwen meestal reeds bereikt als ze volledig afgesloten zijn.

Voegen

Bij het aanbrengen van de cementdekvloer (chape) dient rekening gehouden te worden met de mogelijke uitzetting van de cementdekvloer (chape) en met de bestaande bewegingsvoegen van het gebouw. Hiervoor worden in de cementdekvloer (chape) de nodige voegen voorzien.

Randvoegen dienen aangebracht te worden over de gehele omtrek van de ruimte, rond alle verticale bouwwerken en rond alle structuren die zich op de basisbetonplaat bevinden. De randvoegen dienen een aangepaste randisolatie te krijgen van minimum 10 mm dik, die een beweging van minimum 5 mm toelaat. De randisolatie mag slechts afgesneden worden op het niveau van de uiteindelijke vloerbedekking en na het plaatsen van deze vloerbedekking.

Bij het gebruik van harde vloerbedekkingen moeten uitzetvoegen aangebracht worden. Het vloeroppervlak tussen uitzetvoegen mag maximum 40 vierkante meter bedragen, met een maximum lengte van 8 m. Bij rechthoekige oppervlakken tussen uitzetvoegen is de aanbevolen lengte/breedte verhouding kleiner dan 2/1. Het is best uitzetvoegen aan te brengen vertrekkend vanuit verticale en scherpe structuren.

Staaldraadmatten moeten op de plaats van de uitzetvoegen onderbroken worden. Leidingen mogen een uitzetvoeg slechts in één richting overschrijden. Op de plaats van de voeg moet de leiding geplaatst worden in een huls met een minimum lengte van 0,3 m. Vooral bij harde vloeren is het belangrijk de uitzetvoegen door te trekken tot op het niveau van de vloerbedekking zelf, en de voeg volledig op te vullen met een elastische specie