Kolenkachels worden niet veel meer gebruikt

Met een kolenkachel bent u, net als met een houtkachel, onafhankelijk van een gas- of elektriciteitsleverancier. Het gebruik van een kolenkachel vraag wel dat u regelmatig kijkt of er nog genoeg kolen in de kachel zijn. Maar in tegenstelling tot een houtkachel heeft u een groter gebruiksgemak met een kolenkachel omdat kolen langzamer opbranden en omdat u geen hout hoeft te zagen, klieven en stapelen.

Een kolenkachel kan makkelijk blijven branden. Door de luchttoevoer te verminderen gaat de kachel langzamer branden waardoor deze makkelijk een hele nacht kan aanblijven. In de ochtend moet men dan alleen de luchttoevoer weer open zetten en kolen bijgieten om de kachel weer te laten doorbranden. Het terug aansteken van een kolenkachel daarentegen is niet makkelijk.

Het is aan te bevelen om een gietijzeren kachel in plaats van een kachel in plaatstaal te kopen. Door de zeer hoge temperatuur die de kolen bereiken zou het kunnen dat plaatstaal krom trekt en gaat vervormen. Gietijzer kan na verloop van tijd wel kleine scheurtjes vertonen, maar dit is uitzonderlijk en komt meestal alleen voor wanneer men de kachel regelmatig helemaal laat uitdoven en dan weer aansteekt. Het grote temperatuurverschil zorgt dan voor deze scheurtjes.

Vele mensen vinden kolenkachels iets van de jaren ’60 of ’70. Maar wanneer men de vergelijking maakt “prijs/warmteopbrengst” dan ziet men al snel dat het verwarmen met kolen een goedkoop alternatief is voor gas of elektriciteit.

Net zoals bij de verbranding van alle fossiele brandstoffen, komt er bij de verbranding van kolen ook CO (koolstofmonoxide) vrij. Dit gas is dodelijk maar kan echter niet waargenomen worden daar het geurloos en kleurloos is. Elke kamer die voorzien is van een kachel waar kolen in gebrand worden moet voorzien zijn van een CO detector.

De vooroordelen die sommige mensen hebben tegenover kolenkachels, dat ze veel vuil in huis met zich meebrengen en dat het een antieke manier is om een woning te verwarmen, zijn ongegrond. Kolenkachels hebben een even grote evolutie doorgemaakt als alle andere verwarmingstoestellen. Het is inderdaad zo dat men weinig reclame ziet voor kolenkachels, maar dit komt omdat meer dan 90% van de kolen die ontgonnen wordt naar de elektriciteitscentrales gaat.

Kolenkachels zijn tegenwoordig een even groot design element in een woning als andere verwarmingssystemen. Indien u dus bepaalde wensen heeft is de kans groot dat u wel een kachel zal vinden die hieraan voldoet. Kolenkachels kunnen in verschillende kleuren geleverd worden buiten het klassieke zwart zoals blauw, bruin, of groen. Sommige fabrikanten kunnen nog andere kleuren leveren. Als afwerking kan men kiezen uit accenten in goud of zilverkleur, of tegeltjes, al dan niet beschilderd met een bepaald patroon.

Antraciet is de beste steenkool voor verwarming

Steenkool is verkrijgbaar in verschillende kwaliteiten. Het is echter moeilijk om te weten welke steenkool men moet kopen. Alleen uw leverancier is op de hoogte van de kwaliteit van de steenkool en uw vertrouwen in hem en zijn goede naam zullen er voor zorgen dat u de beste steenkool geleverd krijgt.

De steenkool met de laagste kwaliteit is bruinkool. Deze bevat slechts 70% koolstof en wordt meestal gebruikt in elektriciteitscentrales. Bruinkool kan gebruikt worden voor de verwarming van de woning, maar dit is niet aan te raden omwille van het hoge zwavelgehalte. Tijdens de verbranding van bruinkool komen er grote hoeveelheden zwaveldioxide (SO2) vrij wat schadelijk is voor de natuur en mede verantwoordelijk is voor zure regen. In elektriciteitscentrales wordt dit gas tegengehouden en geneutraliseerd door een filterinstallatie. Bij thuisverbranding gebeurt dit niet. Bruinkool is goedkoper dan andere soorten van steenkool maar ook de warmteopbrengst is lager.

Klassieke steenkool is van een betere kwaliteit dan bruinkool en levert meer warmte tijdens de verbranding. Toch komt er tijdens de verbranding ook hier gevaarlijke stoffen vrij zoals koolstofdioxide (CO2) wat verantwoordelijk is voor het broeikast effect en zwaveldioxide (SO2) zoals bij bruinkool maar in minder grote hoeveelheden.

Als brandstof is steenkool veruit de goedkoopste oplossing, tenzij u ergens brandhout gratis kan gaan afhalen. Gewone steenkool wordt nog alleen hoofdzakelijk gebruikt in hoogovens voor het vervaardigen van ijzer nadat het ontgast werd in een cokesoven. Het bevat ongeveer 80% koolstof.

Antraciet is de hardste soort van steenkool met het hoogste koolstofgehalte en dus ook met de meeste verbrandingsenergie per kilo. Antraciet bevat tussen 90 en 94% koolstof en tijdens de verbranding komen er minder schadelijke stoffen vrij dan bij andere steenkoolsoorten. Antraciet is de duurste soort steenkool omdat de winning ervan zeer arbeidsintensief is.

Een kolenkachel aanmaken

Een kolenkachel voor de eerste keer aansteken kan een uitdaging zijn. Het is de bedoeling om een dikke laag roodgloeiende kolen onderaan in de kachel te krijgen van ongeveer 10 centimeter dikte. Neem hiervoor een paar bladen krantenpapier en maak hier losse bollen van. Leg ze onderaan in de kachel op het rooster. Leg kleine stukjes droog hout op het papier. Leg het hout kris kras door mekaar zodat er veel lucht tussen kan circuleren. U mag gerust een dikke laag van dit klein hout leggen, tussen de 10 en 20cm.

Zorg er voor dat de luchttoevoer helemaal open staat. Eventueel mag u het deurtje van de aslade ook openzetten om extra zuurstof in de kachel te brengen. Kijk ook na of, indien de schoorsteen uitgerust is met een afsluitklep, deze ook helemaal openstaat. Kolen hebben in het begin veel zuurstof nodig om een mooie rode gloed te krijgen. Dit gebeurt bij 800 a 900 graden Celsius.

Tijdens het aansteken blijft u best in de buurt van de kachel daar u regelmatig kleine hoeveelheden kolen moet bijvullen. Steek het krantenpapier in brand en sluit de laaddeur. Binnen een paar minuten zal het kleine aanmaakhout goed branden. Open langzaam de laaddeur en leg verscheidene niet al te dikke stukken hardhout op het vuur. Sluit terug de laaddeur.

Na pakweg 15 minuten zal ook het hardhout branden en reeds voor een deel omgezet zijn in gloeiende houtskool. Nu kan u stilaan de eerste kleine hoeveelheden kolen beginnen toe te voegen. Niet meer dan een paar kilo kolen per keer toevoegen. Vanaf dat u merkt dat deze kolen een mooie rode gloed hebben kan u weer kolen toevoegen. Doe zo verder tot wanneer u een mooie dikke laag heeft. Hierna kan u de kachel helemaal opvullen met kolen.

Sluit vervolgens de luchttoevoer voor een deel af. Let op! Indien u dit niet doet zal de kachel zodanig heet worden dat deze kan beschadigd worden. Hetzelfde voor het deurtje van de aslade. Zeker sluiten. Zolang u voldoende mooi gloeiende kolen in de kachel heeft kan u deze steeds bijvullen. Wanneer u echter opmerkt dat dit niet het geval is doordat u bv bent vergeten bij te vullen of lang van huis bent geweest, dan moet u weer kolen bijvullen zoals hierboven beschreven, kleine hoeveelheden per keer totdat u een voldoende dikke en mooi gloeiende kolenmassa heeft.

Wanneer er niet veel gloeiende kolen meer over zijn kan u best niet het rooster opschudden of poken in het vuur. Hierdoor zullen er kolen door het rooster vallen waardoor het vuur nog kleiner wordt. Van zodra u kolen heeft toegevoegd en het vuur weer goed doorbrand mag u het rooster opschudden. Bij een kachel die de hele dag door brand moet men het rooster 1 a 2 maal per dag opschudden. Hierdoor valt er een groot deel van de as in de aslade en kan het vuur voldoende zuurstof aantrekken.

Bij het veranderen van de luchttoevoer duurt het geruime tijd vooraleer het vuur hierop reageert. Het openen of sluiten van de luchttoevoer kan de eerste 15 tot 20 minuten schijnbaar zonder resultaat geweest zijn. Dit is echter niet het geval. Goedkopere kachels moeten regelmatig opgevuld worden terwijl de duurdere modellen 9 tot 12 uur kunnen branden met 1 lading kolen.

Wanneer u de aslade leeg maakt, zorg er dan voor dat u de as in een metalen emmer kan gieten. As kan nog dagen warm blijven, zorg er dus voor dat de emmer op een plaats staat waar er geen risico is op brand

Het is niet altijd makkelijk om een kolenkachel aan te maken

Een kolenkachel voor de eerste keer aansteken kan een uitdaging zijn. Het is de bedoeling om een dikke laag roodgloeiende kolen onderaan in de kachel te krijgen van ongeveer 10 centimeter dikte.

Neem hiervoor een paar bladen krantenpapier en maak hier losse bollen van. Leg ze vanonder in de kachel op het rooster. Leg kleine stukjes droog hout op het papier. Leg het hout kris kras door mekaar zodat er veel lucht tussen kan circuleren. U mag gerust een dikke laag van dit klein hout leggen, tussen de 10 en 20cm.

Zorg er voor dat de luchttoevoer helemaal open staat. Eventueel mag u het deurtje van de aslade ook openzetten om extra zuurstof in de kachel te brengen. Kijk ook na of, indien de schoorsteen uitgerust is met een afsluitklep, deze ook helemaal openstaat. Kolen hebben in het begin veel zuurstof nodig om een mooie rode gloed te krijgen. Dit gebeurt bij 800 a 900 graden celcius.

Tijdens het aansteken blijft u best in de buurt van de kachel daar u regelmatig kleine hoeveelheden kolen moet bijvullen. Steek het krantenpapier in brand en sluit de laaddeur. Binnen de paar minuten zal het kleine aansteekhout goed branden. Open langzaam de laaddeur en leg verscheidene niet al te dikke stukken hardhout op het vuur. Sluit terug de laaddeur.
Een kolenkachel kan lange tijd blijven branden

Na pakweg 15 minuten zal ook het hardhout branden en reeds voor een deel omgezet zijn in gloeiende houtskool. Nu kan u stilaan de eerste kleine hoeveelheden kolen beginnen toe te voegen. Niet meer dan een paar kilo kolen per keer toevoegen. Vanaf dat u merkt dat deze kolen een mooie rode gloed hebben kan u weer kolen toevoegen. Doe zo verder tot wanneer u een mooie dikke laag hebt. Hierna kan u de kachel helemaal opvullen met kolen.

Sluit vervolgens de luchttoevoer voor een deel af. Let op! Indien u dit niet doet zal de kachel zodanig heet worden dat deze kan beschadigd worden. Hetzelfde voor het deurtje van de aslade. Zeker sluiten. Zolang u voldoende mooi gloeiende kolen in de kachel hebt kan u deze steeds bijvullen. Wanneer u echter opmerkt dat dit niet het geval is doordat u bv bent vergeten bij te vullen of lang van huis bent geweest, dan moet u weer kolen bijvullen zoals hierboven beschreven, kleine hoeveelheden tegelijk totdat u een voldoende dikke en mooi gloeiende kolenmassa hebt.

Wanneer er niet veel gloeiende kolen meer over zijn kan u best niet het rooster opschudden of poken in het vuur. Hierdoor zullen er kolen door het rooster vallen waardoor het vuur nog kleiner wordt. Van zodra u kolen hebt toegevoegd en het vuur weer goed doorbrand mag u het rooster opschudden. Bij een kachel die de hele dag door brand moet men het rooster 1 a 2 maal per dag opschudden. Hierdoor valt er een groot deel van de as in de aslade en kan het vuur voldoende zuurstof aantrekken.

Bij het veranderen van de luchttoevoer duurt het geruime tijd vooraleer het vuur hierop reageert. Het openen of sluiten van de luchttoevoer kan de eerste 15 tot 20 minuten schijnbaar zonder resultaat geweest zijn. Dit is echter niet het geval. Goedkopere kachels moeten regelmatig opgevuld worden terwijl de duurdere modellen 9 tot 12 uur kunnen branden met 1 lading kolen.

Wanneer u de aslade leeg maakt, zorg er dan voor dat u de as in een metalen emmer kan gieten. As kan nog dagen warm blijven, zorg er dus voor dat de emmer op een plaats staat waar er geen risico is op lichamelijke ongevallen of brand.