Alternatieve verwarmingssystemen zoals bio-energie
en groene energie maken geen gebruik van steenkool, aardgas of aardolie om energie,
en dus ook warmte, op te wekken. Het zijn verwarmingssystemen die de natuur niet
belasten met de verbranding van fossiele brandstoffen waarbij er steeds een uitstoot
van schadelijke gassen zoals CO2 is.
Groene energie zal geen vervuilende stoffen in de atmosfeer brengen gedurende
de periode dat men er gebruik van maakt. Het is niet altijd duidelijk wat nu net
groene energie is. Zo kan u een gaskachel kopen die een "groen" label heeft omdat
hij als beste uit een bepaalde test is gekomen. Dit label duid aan dat deze gaskachel
het minst vervuilend is van alle geteste kachels. Maar vervuilen doet hij nog
steeds.
Aardgas, steenkool, en aardolie werden miljoenen jaren geleden gevormd en bestaan
voor een groot deel uit koolstof. Bij de verbranding van deze fossiele brandstoffen
wordt het koolstof dat reeds miljoenen jaren onder de grond heeft vastgezeten
vrij gelaten in de atmosfeer samen met nog andere chemische stoffen. Deze toevloed
van schadelijke gassen heeft zure regen en het broeikasteffect tot gevolg.
Zowel in Nederland als in Belgie bestaan er subsidies voor eigenaars van woningen
die gebruik maken van bio-energie of groene energie. Zo kan men een premie krijgen
indien men een deel van zijn energieverbruik haalt uit zonnepanelen. Aangezien
de wetsvoorstellen en maatregelen snel veranderen kunnen we hier geen opsomming
maken van de huidige subsidiemogelijkheden. U kan steeds kontakt opnemen met uw
plaatselijke gemeentebestuur of met de overheid om de actuele stand van zaken
te weten te komen over subsidies voor groene energie of bio-energie.
Bio-energie is energie die gewonnen wordt uit biomassa.
Deze biomassa bestaat uit planten, bomen en andere organische stoffen. Gedurende
hun levensduur kunnen planten de energie van de zon opslaan in koolstof verbindingen.
Het verbranden van biomassa om bio-energie op te wekken zorgt ervoor dat het koolstof
dat door de planten werd opgenomen weer vrij komt in de atmosfeer als CO2. Deze
koolstof zal het volgende jaar weer opgenomen worden door de nieuw aangeplante
oogst waardoor het vervuilende effect op de atmosfeer nihil is.
Bio-energie bestaat in vaste-, vloeibare-, of gasvorm. Brandhout is een bio-energie
in vaste vorm. Bio-olie is vloeibaar en biogas is uiteraard gasvormig. Al deze
vormen van bio-energie kunnen gebruikt worden om elektriciteit op te wekken en
om onze woningen te verwarmen zonder noemenswaardige luchtvervuiling.
Tijdens de verbranding van hout komt er net zoveel koolstof vrij als dat het hout
gedurende zijn levensduur heeft opgenomen. Dus als men voor elke boom die verbrand
wordt een nieuwe plant en deze even groot laat worden dan kunnen we aannemen dat
hij al het koolstof dat is vrijgekomen terug zal opnemen. Hierdoor is hout een
vernieuwbare energiebron en valt het onder de categorie bio-energie.
Het tempo van de vernieuwing is afhankelijk van de snelheid waarmee de nieuwe
boom groeit. Momenteel worden er op verschillende plaatsen in de wereld experimenten
gedaan met snelgroeiende bomen. Hierdoor kan men de steeds groter wordende vraag
naar brandhout beter volgen. Ook probeert men op deze manier om het teveel aan
CO2 dat zich in de atmosfeer bevind (door de verbranding van fossiele brandstoffen)
zo snel mogelijk om te zetten in een venieuwbare energiebron.
Brandhout is de enige bio-brandstof die, bij wijze van spreken, voor het oprapen
ligt. Het brandhout moet alleen nog voldoende gedroogd worden en dan kan het gebruikt
worden als bio-brandstof. Andere bio-brandstoffen moeten eerst een reeks van handelingen
ondergaan vooraleer we ze kunnen gebruiken.
Als alternatief voor aardolie kan men gebruik maken van bio-olie. Deze wordt gewonnen
uit de zaden van verschillende plantensoorten. Bio-olie is niet giftig en 100%
biologisch afbreekbaar. De hoeveelheid warmte die 1 liter bio-olie door verbranding
opleverd is gelijk aan de hoeveelheid warmte die 1 liter aardolie opleverd. De
prijs van bio-olie is vergelijkbaar met deze van aardolie, het is echter niet
overal te koop en niet alle kachels kunnen er op werken. Het wordt meestal gebruikt
in elektriciteitscentrales.
Ook biogas behoort tot de mogelijkheden om onze woning te verwarmen, deze keer
als alternatief voor aardgas. Dit gas wordt gewonnen uit biomassa dankzij vergisting.
Het bestaat voor het grootste deel uit methaangas. Installaties die biogas produceren
vind men soms terug op landbouwbedrijven die op deze manier zelf hun eigen elektriciteit
kunnen produceren. Biogas is niet echt commercieel voorradig daar het slechts
op kleine schaal geproduceerd wordt. Net als bij bio-olie, wordt biogas hoofdzakelijk
gebruikt in elektriciteitscentrales.
Groene energie heeft geen enkele vervuilende eigenschap.
Dit wil zeggen dat tijdens het opwekken van deze energie, er geen giftige gassen
in de atmosfeer terecht komen. De bekendste vormen van groene energie zijn windenergie,
waterkracht en zonne-energie.
Windmolenparken en waterkrachtcentrales leveren in Belgie en Nederland slechts
een klein deel van de benodigde stroom. Men is wel volop bezig met de uitbreiding
van bestaande installaties om stilaan meer en meer groene energie beschikbaar
te maken voor de consument. Aangezien men zelf geen windmolen in de tuin of waterkrachtcentrale
kan plaatsen is men voor de levering van deze groene stroom afhankelijk van zijn
energieleverancier. U kan aan deze vragen of men u groene stroom kan leveren.
Op deze manier zorgt u er voor dat uw energieverbruik niet zal bijdragen aan de
steeds zwaarder wordende belasting voor het milieu.
Voor de plaatsing van zonnepanelen krijgt u meestal een tegemoetkoming van de
overheid. Hoeveel deze tegemoetkoming bedraagt hangt af van waar u woont en hoeveel
zonnepanelen u wil plaatsen. Voor meer informatie hierover neemt u best kontakt
op met de plaatselijke overheid van uw woonplaats.
Zonnepanelen moeten naar het zuiden gericht zijn onder een hoek van 25 tot 55
graden om het hoogst mogelijke rendement te halen. Indien u volledig uw eigen
elektriciteit wil kunnen opwekken dan moet u voldoende zonnepanelen plaatsen om
4 a 5000 kWh per jaar te kunnen genereren (ongeveer 40 vierkante meter zonnepanelen).
Dit komt overeen met een investering tussen 30.000 en 40.000 euro.
Wanneer uw woning nog steeds aan het elektriciteitsnet gekoppeld is en u meer
elektriciteit produceerd met zonnepanelen dan dat u daadwerkelijk verbruikt, dan
levert u energie aan het elektriciteitsnet. Hiervoor wordt u betaald aangezien
de elektriciteitsmeter op dat moment achteruit draait. Het loont dus nog steeds
de moeite om zuinig met energie om te springen, ook al kan u deze zelf opwekken.
Gedurende de nacht, of wanneer er zeer weinig licht is zoals op zwaar bewolkte
dagen, maakt u in de eerste plaats gebruik van de energie die uw zonnepanelen
opleveren. Indien dit niet voldoende is dan wordt de rest van de benodigde stroom
gehaald van het elektriciteitsnet. Ingewikkelder wordt het wanneer u niet gekoppeld
bent aan het elektriciteitsnet. Dan zullen de zonnepanelen de teveel opgewekte
energie opslaan in batterijen. Hierdoor kan u waneer het donker is nog steeds
gebruik maken van elektriciteit. Bij dit systeem is het uiteraard belangrijk om
zo weinig mogelijk energie te verspillen.
Een warmtepomp kan alleen maar gebruikt worden in woningen die zeer goed geisoleerd
zijn omdat de warmteopbrengst niet zeer hoog is. Bij slecht geisoleerde woningen
zal de hoeveelheid warmte die de warmtepomp kan produceren, niet voldoende zijn.
Er bestaan systemen die warmte onttrekken aan de lucht, het grondwater of aan
de aarde. Hoe groter het verschil in temperatuur tussen 1 van deze 3 en de temperatuur
die u wil behalen, hoe meer elektriciteit de warmtepomp verbruikt. U kan het vergelijken
met uw koelkast. Op warme dagen verbruikt deze meer energie om te koelen. Aan
de achterzijde van de koelkast kan men dan een warme luchtstroom voelen. Een warmtepomp
werkt op net dezelfde manier door warmte te onttrekken aan de omgeving en af te
geven aan uw woning.
Voor elke kWh die een warmtepomp verbruikt, levert ze tussen de 2 en de 6 kWh
aan warmte. Een warmtepomp die werkt op buitenlucht zal uiteraard gedurende de
winter veel meer energie verbruiken dan dat deze kan leveren. De energiewinst
is hier minimaal en in de winter zal men moeten bijverwarmen. Deze installatie
is het goedkoopste. De systemen die werken met het onttrekken van warmte aan het
grondwater of de aarde zijn beter aangezien de energieopbrengst gedurende het
hele jaar redelijk gelijk loopt. Op 5 a 7 meter onder de grond is de invloed van
de verschillende seizoenen onbestaande. Dus als het buiten -10 graden celcius
is dan in de temperatuur op deze diepte nog steeds 10 graden waardoor de warmtepomp
haar werk naar behoren kan blijven doen. Hetzelfde geld voor het systeem dat werkt
met grondwater. De installatiekosten voor deze 2 systemen zijn uiteraard veel
duurder aangezien er een netwerk van buizen moet gelegd worden onder de grond.
Een warmtepomp wordt bijna steeds gekoppeld aan vloerverwarming omdat de hoeveelheid
warmte die men kan opwekken zelden meer dan 45 graden celcius bedraagt. Het is
ook om deze reden dat de woning zeer goed moet geisoleerd zijn. Er worden momenteel
experimenten gedaan met buizen die men tot op 300 meter onder de grond legt. De
temperatuur is hier hoger en de warmteopbrengst dus ook. Een dergelijke installatie
is echter verschikkelijk duur omwille van de diepte der buizen en is economisch
gezien momenteel nog niet rendabel.